Zonnepanelen op je bedrijfspand? Volg deze checklist

Elke ondernemer denkt er wel eens over na: zonnepanelen plaatsen op het bedrijfspand. Je bespaart op de energiekosten én werkt mee aan een duurzamere wereld. Maar er kleven ook risico’s aan deze duurzame opwekkers. Daarom moet je ons als verzekeraar informeren als je zonnepanelen wilt plaatsen. Doe dat vooral vóórdat je ze gaat plaatsen en niet pas achteraf. Wij kunnen je namelijk van waardevol advies voorzien.

Bij plaatsing van zonnepanelen komt veel kijken. Van uitgebreide voorbereiding tot periodiek onderhoud. Met onderstaande checklist weet je precies waaraan je allemaal moet denken als je zonnepanelen op het bedrijfspand overweegt.

1.       Kan je dak het aan?

Het klinkt misschien logisch, maar lang niet iedereen stelt zichzelf deze belangrijke vraag. Er komt namelijk behoorlijk wat extra gewicht op je dak terecht. Bovendien zorgen weersomstandigheden als regen en wind voor extra druk. Met een constructieberekening weet je direct of het dak je plannen aan kan. Je kunt ervan uitgaan dat de hele installatie zorgt voor een gemiddelde toename van minimaal 40kg/m2.

2.       Kies de juiste panelen

Er is aanbod in overvloed. Van extreem goedkoop tot behoorlijk prijzig. Natuurlijk bepaal je zelf hoeveel je wilt uitgeven, maar zorg dat de panelen in ieder geval een CE-keurmerk hebben. Dat houdt in dat het product aan maatstaven volgens de Europese wetgeving voldoet. Goedkoop is helaas vaak duurkoop. Ga je voor kwaliteit? Kies dan zonnepanelen met een TÜV-keurmerk. Alleen panelen die stevig getest zijn op prestaties, opbrengst, veiligheid en levensduur krijgen dit kwaliteitskeurmerk.

3.       Waar en hoe?

Zoek een erkend installateur en zorg dat hij de panelen op minstens een halve meter van de dakrand plaatst. Bij harde wind komt er het meeste druk te staan op de dakrand. In het ergste geval zorgt die druk ervoor dat je zonnepanelen gelift worden. Liefst dus een stukje van die gevaarlijke dakrand vandaan. Denk er trouwens ook aan dat ze periodiek gecheckt moeten worden, en je er dus nog bij moet kunnen. Leg ze daarom niet te dicht op elkaar.

Om het brandgevaar tot een minimum te beperken, is het handig om je dak te voorzien van brandveilig isolatiemateriaal, zoals PIR, steenwol of glaswol. Bij nieuwbouw is dat uiteraard wat eenvoudiger dan bij bestaande bouw. Met dit isolatiemateriaal voorkom je dat het vuur zich snel kan verspreiden. Omvormers kun je het best in een koele en schone ruimte plaatsen, waar weinig tot geen brandbare spullen staan. Tegen een onbrandbare wand is het best. En ondanks al die maatregelen kan een goede brandmelder nooit kwaad.

4.       Denk aan de vlamboogdetectie

Een vlamboogdetectie kan brand in een elektrische installatie voorkomen. Het is als een stop in een stoppenkast. Dreigt er gevaar, dan schakelt hij het systeem uit. Bij sommige panelen zit dit systeem er standaard in, bij andere moet je het los kopen. Denk er bovendien aan om de vlamboogdetectie in te schakelen. Standaard staat hij namelijk uit. Inschakelen kost weliswaar iets aan rendement, maar veiligheid gaat boven alles.

5.       Controles: nu en in de toekomst

Liggen de panelen, dan moet er nog een eindcontrole plaatsvinden van het hele systeem, inclusief een thermografisch onderzoek. Zo zien de controleurs of er ergens hotspots zitten, die de kans op kortsluiting vergroten. Keuring Service Nederland (KSN) en Omega Training & Inspectie zijn bedrijven die zulke keuringen kunnen uitvoeren.

En we noemden ze hierboven al even: de periodieke controles. Heb je een dak met brandbaar isolatiemateriaal, dan moet het minstens eens per jaar worden gecontroleerd. Als je een dak hebt met brandveilig materiaal (zie ook punt 3), dan moet je het eens per drie jaar laten controleren.

Nog niet gevonden wat je zocht?

Of stel je vraag via…

Heb je een vraag?
Neem dan contact met mij op of met een van mijn collega's.